Pluggerz Custom-Fit Invisible: op maat gemaakte gehoorbescherming met uniek filter, ideaal voor concerten, festivals en een avondje uit. Dankzij de uitgeholde binnenkant zitten deze transparante oordoppen onzichtbaar in je oren, terwijl ze je gehoor optimaal beschermen.

Het is de afgelopen jaren een van de grootste onderwerpen in de festivalbranche: ticketprijzen. Een festivalticket kopen voelt anno 2026 steeds vaker als een kleine investering. Prijzen schieten omhoog, evenementen raken minder snel uitverkocht en de discussie laait elk jaar opnieuw op. Maar volgens schrijver en 3FM-beatcolumnist Dario Goldbach kijken we te vaak naar de verkeerde schuldige.

LEES OOK: For You, The World

In een felle column fileert hij de moderne festivalcultuur. “Festivals zijn te duur. Niks verkoopt meer uit. Dat is ook niet zo gek, we zijn verwend geworden.” Volgens hem is de moderne festivalganger veranderd in een veeleisende consument die steeds meer verwacht en daar hangt een prijskaartje aan.

 

Dit bericht op Instagram bekijken

 

Een bericht gedeeld door Dario Goldbach (@dariogoldbach)

“Die arme organisatoren moeten veel te veel zooi naar zo’n veld slepen om ons tevreden te stellen”

Goldbach schetst een festivalwereld die steeds verder afdrijft van haar oorsprong. Wat ooit begon als een veld met een podium en een geluidsinstallatie, is uitgegroeid tot een totaalervaring. “Oesterbarren, glampings, make-up stations, yoga, ziplines, tooth gems, acrylnagels, tattoo studio’s, ontprikkelzones en glaswerk.” De lijst is lang en bijna absurd. Volgens hem is het een reactie op een publiek dat alles tegelijk wil: comfort, luxe en beleving.

“Die arme organisatoren moeten veel te veel zooi naar zo’n veld slepen om onze cynische, verveelde generatie tevreden te stellen,” schrijft hij. Elk extraatje heeft een prijs en die wordt uiteindelijk doorgerekend in het ticket.

Terug naar modder, lauw bier en overleven

Om zijn punt te maken, grijpt Goldbach terug naar een ander tijdperk. Dour Festival, 2011. Zijn beschrijving is rauw, overdreven en tegelijk herkenbaar voor wie er ooit liep. “We werden een hekkenlijn binnengelaten en ze keken maandag wie het had overleefd.” Geen luxe, geen franje – alleen muziek en massa.

Eten en drinken waren simpel, bijna primitief. Lauw bier uit plastic bekers, een broodje worst als standaardoptie. De keuzes minimaal: “Vega opties: patatje met. Vegan optie: patatje zonder.” Geen culinaire stands, geen dieetkaarten, geen personalisatie: gewoon nemen wat er was.

En dan het weer. Als het regende, regende het écht. Geen overkappingen, geen houten vlonders, geen crew die poncho’s uitdeelde. “Je werd zeiknat, nergens kon je schuilen.” Het terrein veranderde langzaam in een dikke, zuigende modderlaag waarin je schoenen bleven steken en elke stap zwaarder werd. Of, zoals hij het zelf beschrijft: een plek waar je begon te twijfelen of je nog op aarde stond of ergens in een k-hole was beland.

“Als je de weekendtickets terug naar 150 euro wil, moeten we genoegen nemen met minder”

Maar precies daarin zat volgens hem de essentie. “Het was minimalisme. Het was nihilisme. Het was een sober leven.” Minder keuzes, minder comfort, minder verwachtingen en daardoor juist meer overgave. “Een bijna boeddhistische tevredenheid.”

Zijn punt is uiteindelijk simpel: wie goedkopere festivals wil, moet bereid zijn in te leveren. “Als je de weekendtickets terug naar 150 euro wil, moeten we genoegen nemen met minder.”

Geen luxe totaalervaring, maar terug naar de basis.

“Lekkende tenten. Bloedende oren. Dunne kak. Survivallen op 180 bpm.”